Kennisbank · Boekhoudkundig & fiscaal · 6 min leestijd · 2 sep. 2026
Liquiditeit verbeteren: van current ratio naar kasruimte
Liquiditeit zegt of je je kortlopende verplichtingen kunt betalen. Salarissen, crediteuren, belastingen. Twee ratio's laten zien hoe je ervoor staat, en ze geven een verschillend antwoord. Dit artikel legt beide uit en loopt de knoppen langs.
De current ratio
De current ratio zet je vlottende activa tegen je kort vreemd vermogen.
vlottende activa / kort vreemd vermogen = current ratio
Vlottende activa zijn je liquide middelen, je debiteuren en je voorraad. Kort vreemd vermogen zijn je schulden binnen een jaar, zoals crediteuren en loonverplichtingen.
Als vuistregel wordt vaak 1,5 genoemd als gezonde waarde. Wat gezond is verschilt per sector, dus vergelijk vooral met je eigen historie.
De quick ratio, en waarom die scherper is
De current ratio rekent je voorraad mee als vlottend. In de praktijk is voorraad zelden binnen dertig dagen om te zetten in geld.
De quick ratio laat de voorraad daarom weg.
(liquide middelen + debiteuren) / kort vreemd vermogen = quick ratio
Zit je current ratio op 1,5 en je quick ratio ver daaronder? Dan weet je waar je geld zit. In je voorraad.
Waar je aan kunt draaien
Structurele verbeteringen kosten tijd. Hogere marges en strakker debiteurenbeheer werken, maar niet vanaf volgende week.
Op korte termijn zijn er vier posten:
- Bedrijfsmiddelen die je niet meer gebruikt. Machines en materieel die stilstaan, houden geld vast.
- Je inkoop. Kritisch kijken naar voorraadniveaus verlaagt het bedrag dat vastligt in het schap.
- Je crediteurentermijn. Afstemmen met leveranciers over betaalmomenten geeft ruimte, mits je afspraken nakomt.
- Je debiteurenpositie. Dat is meestal de grootste post, en de post die het snelst is om te zetten.
Wat werkkapitaalfinanciering met je ratio doet
Factoring zet je debiteurenpositie om in liquide middelen. Je quick ratio verbetert daarmee direct, omdat debiteuren kas worden.
Of je current ratio meebeweegt, hangt af van de boekhoudkundige behandeling. Of de structuur on-balance of off-balance is, staat in factoring en je jaarrekening.
Voorraadfinanciering doet hetzelfde aan de voorraadkant. Dat is precies de post die je quick ratio omlaag houdt.
Wanneer een ratio niet het probleem is
Een lage quick ratio bij een volle orderportefeuille is geen zwakte. Het is een timingprobleem tussen leveren en betaald worden.
Groei maakt dat probleem groter. Meer omzet betekent meer voorfinanciering van dezelfde klanten.
Wil je weten welke vorm daarbij past? Lees welke financieringsvorm past bij jou.
Over de auteur
Jaap van Aalst
Commercieel directeur, SOOF Finance
Jaap van Aalst begon bijna dertig jaar geleden zijn eerste bedrijf, in de detachering van personeel. Daar merkte hij zelf hoeveel kansen verloren gaan als je geld te lang vastzit in openstaande facturen.
Zo'n achttien jaar geleden stapte hij over naar de factoringwereld, als commercieel directeur. Sindsdien heeft hij talloze ondernemers aan tafel gehad en van dichtbij gezien hoe financieringsvraagstukken er in de praktijk uitzien. Hij kijkt daarbij verder dan de balans: wat doet het bedrijf, waar zitten de kansen, en welke vorm van financiering helpt het echt verder.
Dat is ook de basis van zijn werk bij SOOF Finance. Zijn uitgangspunt is eenvoudig: financiering is geen doel op zich, maar een middel waarmee een goede ondernemer zijn plannen waarmaakt.
Veelgestelde vragen
Als vuistregel wordt 1,5 genoemd. Dat cijfer zegt weinig zonder je sector en je eigen historie ernaast.
Dat hangt af van de boekhoudkundige verwerking. On-balance en off-balance pakken verschillend uit, en dat verschil staat uitgelegd in factoring en je jaarrekening.
Ja. Je zet voorraad om in liquide middelen, en de quick ratio rekent alleen met liquide middelen en debiteuren.
Verder lezen: de grootste valkuilen bij factoring
Het volledige overzicht als download. Naam en e-mailadres als toegang.
Bedankt! Je download start automatisch.Niet gestart? Download hier.