Terug naar home

Kennisbank · Boekhoudkundig & fiscaal · 6 minuten · 10 sep. 2026

Werkkapitaal berekenen: de formule en wat eruit komt

Werkkapitaal is een van de weinige kengetallen die je op een bierviltje kunt uitrekenen. De formule is een aftreksom. De uitkomst zegt alleen weinig zonder context. Dit artikel geeft de formule, een rekenvoorbeeld, en de vier knoppen waaraan je kunt draaien.

De formule

Werkkapitaal is je vlottende activa min je kortlopende schulden.

Werkkapitaal = vlottende activa - kortlopende schulden

Vlottende activa zijn de bezittingen die binnen een jaar in geld omzetbaar zijn: je liquide middelen, je debiteuren en je voorraad. Kortlopende schulden zijn de verplichtingen die binnen een jaar afgelost moeten worden: crediteuren, belastingen, loonheffing en het opgenomen deel van je rekening-courant.

De uitkomst is een bedrag, geen percentage. Dat maakt hem prettig concreet.

Een rekenvoorbeeld

Stel een handelsbedrijf met deze balanspositie:

  • liquide middelen: 120.000 euro
  • debiteuren: 1.400.000 euro
  • voorraad: 900.000 euro
  • crediteuren: 850.000 euro
  • belastingen en loonheffing: 210.000 euro
  • opgenomen rekening-courant: 400.000 euro

Vlottende activa zijn dan 2.420.000 euro en de kortlopende schulden 1.460.000 euro. Het werkkapitaal komt uit op 960.000 euro.

Dat lijkt comfortabel. Maar kijk waar het zit: 2,3 miljoen van de 2,42 miljoen zit in debiteuren en voorraad, en maar 120.000 euro is direct beschikbaar. Op papier gezond, in de praktijk krap.

Waarom het bedrag alleen niet genoeg zegt

Daarom bestaan er twee ratio's naast de aftreksom.

De current ratio is vlottende activa gedeeld door kortlopende schulden. In het voorbeeld: 2.420.000 gedeeld door 1.460.000 is 1,66.

De quick ratio laat de voorraad eruit, omdat voorraad niet snel in geld om te zetten is. Dan: 1.520.000 gedeeld door 1.460.000 is 1,04. Dat is een heel ander beeld.

Wat die twee getallen precies zeggen en waar de grenzen liggen, staat in liquiditeit verbeteren.

De vier knoppen

Je werkkapitaal verbeteren gaat langs vier posten, en niet meer:

  1. Debiteuren sneller innen. Elke dag dat je DSO korter wordt, komt er geld vrij. Wat daarbij helpt staat in debiteurenbeheer.
  2. Voorraad korter aanhouden. Minder dagen voorraad betekent minder kapitaalbeslag, maar het raakt je leverbetrouwbaarheid.
  3. Crediteuren langer aanhouden. Werkt, tot je de betalingskorting van je leverancier misloopt. Die afweging staat in betalingskorting bij je leveranciers.
  4. Externe financiering aantrekken. Daarmee verschuif je de post in plaats van hem te verkleinen.

Die eerste drie zijn intern en kosten tijd. De vierde is de snelste, en daar zit ook de rem: de termijn die je moet overbruggen bepaal je zelf niet. Zonder afspraak is de betaaltermijn 30 dagen, tussen bedrijven mag hij oplopen tot 60 dagen, en van een groot bedrijf naar een MKB-leverancier geldt maximaal 30 dagen.¹

Wat een financier met jouw uitkomst doet

Hier zit het verschil tussen de aftreksom en de praktijk. Een werkkapitaalfinancier kijkt niet naar het bedrag, maar naar de samenstelling.

Van de 1,4 miljoen aan debiteuren in het voorbeeld is niet alles financierbaar. Wat meetelt is een vordering die bestaat, opeisbaar wordt, vrij is van rechten van derden en waarvan de prestatie is geleverd. En per debiteur geldt een limiet, dus twintig gespreide afnemers rekenen anders dan één grote.

De volledige uitwerking daarvan staat in financieren op je activa én je onderneming.

Dat verklaart ook waarom bedrijven met hetzelfde werkkapitaal een andere faciliteit krijgen. In 2025 kwam maar 9 procent van het MKB tot een financieringsaanvraag terwijl 15 procent een behoefte had, en van de bedrijven die wél aanvroegen kreeg 93 procent het bedrag geheel of gedeeltelijk toegewezen.²

Waar het op neerkomt

De formule kost je een minuut. De vraag daarna is waar je werkkapitaal vastzit, want dat bepaalt wat je eraan kunt doen.

Zit het in je debiteuren, dan is factoring de route. Zit het in je voorraad, dan voorraadfinanciering. Zitten je zekerheden klem bij de bank, dan eerst een bedrijfslening.

Wil je die uitkomst voor je eigen balans, doe dan de quickscan. Die rekent het door en zegt welke vorm erbij past.

Bronnen

  1. Rijksoverheid, Minister Herbert: bedrijven en overheden, betaal je leveranciers op tijd, 18 juni 2026.
  2. Centraal Bureau voor de Statistiek, Mkb'er krijgt aangevraagde financiering vaker toegewezen, 4 februari 2026.
Jaap van Aalst

Over de auteur

Jaap van Aalst

Commercieel directeur, SOOF Finance

Jaap van Aalst begon bijna dertig jaar geleden zijn eerste bedrijf, in de detachering van personeel. Daar merkte hij zelf hoeveel kansen verloren gaan als je geld te lang vastzit in openstaande facturen.

Zo'n achttien jaar geleden stapte hij over naar de factoringwereld, als commercieel directeur. Sindsdien heeft hij talloze ondernemers aan tafel gehad en van dichtbij gezien hoe financieringsvraagstukken er in de praktijk uitzien. Hij kijkt daarbij verder dan de balans: wat doet het bedrijf, waar zitten de kansen, en welke vorm van financiering helpt het echt verder.

Dat is ook de basis van zijn werk bij SOOF Finance. Zijn uitgangspunt is eenvoudig: financiering is geen doel op zich, maar een middel waarmee een goede ondernemer zijn plannen waarmaakt.

Stel je vraag

Veelgestelde vragen

Vlottende activa min kortlopende schulden. Vlottende activa zijn je liquide middelen, debiteuren en voorraad. Kortlopende schulden zijn de verplichtingen die binnen een jaar aflopen.

Nee. Een hoog bedrag dat volledig in voorraad en debiteuren zit, betekent dat er weinig direct beschikbaar is. Kijk daarom ook naar je quick ratio.

Dat hangt af van de samenstelling, niet van het bedrag. Per debiteur geldt een limiet, en een vordering telt alleen mee als de prestatie is geleverd en de vordering vrij is van rechten van derden.

Verder lezen: de grootste valkuilen bij factoring

Het volledige overzicht als download. Naam en e-mailadres als toegang.

Bedankt! Je download start automatisch.